Financiële informatie

Over 2025 heeft St Jansdal een positief resultaat gerealiseerd van € 7,2 miljoen. Dit is € 9,3 miljoen hoger dan het resultaat over 2024 (negatief resultaat van € 2,1 miljoen).

In 2024 was met name als gevolg van achterblijvende productieniveaus en hogere personele kosten sprake van een incidenteel negatief resultaat. Door gerichte inspanningen in 2025 om de productie te optimaliseren en personeel efficiënt in te zetten is opnieuw een positief resultaat gerealiseerd. 

 

Behaalde omzet en resultaten

Het totaal van de bedrijfsopbrengsten komt over 2025 uit op € 343 miljoen; dit is € 28,7 miljoen meer (9%) dan over 2024. De opbrengsten uit zorgprestaties stijgen met € 26 miljoen, waarvan € 6 miljoen groei in volume betreft en het overige prijsindexatie. In de opbrengsten over 2025 en 2024 was geen sprake meer van compensatie voor COVID-meerkosten.

In de onderstaande tabel is een specificatie van de zorggerelateerde omzet over de verschillende onderdelen opgenomen:

 

Indeling (in mln euro)

2025

2024

2023

DBC-zorgproduct A-segment

16,8

15,8

15,4

DBC-zorgproduct B-segmen

237,4

223,9

212,4

DBC-zorgproduct B-segment 3e Compartiment

0,4

0,4

0,4

OZP Eerstelijns diagnostiek

16,4

14,7

13,1

OZP Eerstelijns Diagnostiek - Med. specialist. behand. en diagn.

0,7

0,6

0,5

OZP Overige verrichtingen

6,5

7,0

6,2

OZP Paramedische behandeling en onderzoek

1,0

0,7

0,5

OZP Supplementair - Add-on DGM

28,8

26,3

25,5

OZP Supplementair - Add-on IC

5,3

5,0

5,0

OZP Supplementair - Overig traject

2,9

2,6

2,5

Compensatie COVID

0

0

1,5

Overig (o.a. niet betaalde omzet)

4,9

-1,9

-4,2

Totaal

321,1

295,0

278,9

 

Het totaal van de bedrijfslasten stijgt van € 315,4 miljoen over 2024 naar € 333,4 miljoen in 2025:

 

Categorie (in mln euro) 2025 2024 Verschil % verschil
Personeelskosten 185,4 176,4 9,0 5%
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 18,3 16,7 1,6 10%
Honorariumkosten vrijgevestigde medisch specialisten 36 33,6 2,4 7%
Overige bedrijfskosten 93,7 88,7 5,0 6%
Totaal 333,4 315,4 18,0 6%

 

De totale stijging van de personeelskosten bedraagt € 9 miljoen. Dit betreft zowel medisch specialisten in loondienst als alle andere (zorg)professionals. In 2025 is het gemiddelde aantal fte’s gegroeid met 2%. Daarnaast was in 2025 sprake van een cao-stijging van 2% per 1 februari en 2% per 1 augustus en leidt de cao-stijging per 1 juni 2024 ook tot hogere kosten in 2025. Tevens is in deze post de dotatie aan de voorziening voor langdurig zieken van € 5,3 miljoen opgenomen.

 

De stijging van de afschrijvingen met € 1,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door de ingebruikname van bouwdeel D per 1 april 2025.

 

Het honorarium voor de vrijgevestigde medisch specialisten stijgt van € 33,6 miljoen naar € 36,0 miljoen. Er is een directe relatie tussen de hogere gerealiseerde omzet en het aan de coöperatie medische staf betaalde honorarium.

 

De overige bedrijfskosten stijgen met € 5 miljoen ten opzichte van 2024, met name als gevolg van indexatie. 

 

De EBITDA (resultaat voor aftrek van kapitaallasten) komt, zonder te corrigeren voor incidentele posten, over 2025 uit op € 27,6 miljoen (8%). Dit is een toename van € 11,8 miljoen ten opzichte van 2024. Deze verbetering komt met name tot stand door een hogere productie, hogere subsidie- en overige opbrengsten en een lagere inzet van personeel niet in loondienst.

 

De EBITDA en solvabiliteit liggen boven de norm die in het bankconvenant is opgenomen.

 

EBITDA (x EUR miljoen)

2025

2024

2023

Norm

EBITDA absoluut

€ 27,6

€ 15,8

€ 21,3

 

EBITDA in procenten van de totale bedrijfsopbrengsten

8,0%

5,0%

7,1%

> 8%

 

Solvabiliteitratio’s

2025

2024

2023

Norm

Eigen vermogen / totaal vermogen

30,3%

31,4%

33,0%

> 30%

Eigen vermogen / totale bedrijfsopbrengsten

22,9%

22,7%

24,4%

> 20%

 

De overige bancaire ratio's laten het volgende beeld zien: 

 

Bancaire ratio’s

2025

2024

2023

Norm

NetDebt/EBITDA (langlopende schulden + kortlopend gedeelte -/- liquide middelen) / EBITDA)

1,9

3,2

1,1

< 4,5

Loan-To-Value (langlopende schulden / vaste activa)

56%

47%

46%

< 75%

 

Liquiditeitstratio’s

2025

2024

2023

Norm

Current ratio (Vlottende activa / vlottende passiva)

1,3

1,0

1,3

> 1,0

DSCR (EBITDA / (rente + reguliere aflossing)

2,8

1,0

2,2

> 1,4

 

Investeringen en afschrijvingen

De totale investeringen in 2025 bedragen € 30,5 miljoen. De grootste investeringen zijn gemaakt voor Bouwdeel D (renovatie van de kliniek), totaal € 12,2 miljoen in 2025. Daarnaast is in 2025 € 4,1 miljoen in de renovatie van de apotheek geïnvesteerd. Tevens is € 3,2 mio in een vervangingsplan voor ICT-investeringen genaamd Zorgwerk 2.0 geïnvesteerd. De overige investeringen betreffen reguliere instandhoudingsinvesteringen.

 

Kasstromen en financieringsbehoeften

Het totaal van de operationele kasstroom is in 2025 toegenomen van € 1,4 miljoen over 2024 naar € 26,9 miljoen over 2025. De kasstroom uit investeringsactiviteiten bedraagt als gevolg van de eerdergenoemde investeringen een uitgaande kasstroom van € 38,3 miljoen. In 2025 zijn nieuwe leningen aangetrokken voor o.a. de renovatie van de kliniek en de apotheek. Als gevolg hiervan heeft over 2025 de kasstroom uit financieringsactiviteiten een positief saldo van € 18,7 miljoen. Op totaalniveau leidt dit ertoe dat er in 2025 sprake is van een toename van de liquide middelen van € 17,9 miljoen. 

 

Belangrijkste risico's en onzekerheden

St Jansdal voert risicomanagement op meerdere manieren uit. Jaarlijks herijken we gestandaardiseerd de strategische en tactische risico’s. In risicosessies met de raad van bestuur en het management evalueren we risico’s, de classificatie en de interne beheersing, en herijken we waar nodig. De focus ligt op risico’s die het behalen van strategische ambities kunnen bedreigen. Op basis van de strategische en tactische risicoanalyse zijn over 2025 de volgende risico’s als significant aangemerkt:

Nummer

Beschrijving risico

Beheersmaatregelen

Acceptabel restrisico

1

Bedrijfsvoering – Financieel rendement  

Het risico bestaat dat de financiële resultaten onvoldoende zijn (o.a. door prijsdruk vanuit zorgverzekeraars, hoge inflatie, maar ook ontwikkelingen in IZA) om benodigde investeringen (in gebouwen, middelen, personeel en innovatie) te verrichten, waardoor de kwaliteit van zorg afneemt en de continuïteit van de organisatie in gevaar komt.

- Maandelijkse monitoring en bijsturing via financiële rapportage;

- Meerjaren investeringskader;

- Anticiperen op externe ontwikkelingen in afspraken met zorgverzekeraars;

- Identificeren van relevante benchmarks op het gebied van productie en financiën/bedrijfsvoering en draagvlak creëren binnen organisatie/medische staf voor gebruik van deze informatie ten behoeve van rendementsverbeteringen;

- Procesoptimalisatie en capaciteitsmanagement verder doorvoeren; en

- Implementatie van rendementsverbeteringsprogramma voor de periode 2024-2027.

Ja

2

Personeel – Onvoldoende (zorg)professionals in de toekomst

Het risico bestaat dat er onvoldoende (zorg)professionals in de toekomst zijn, waardoor de kwaliteit van de zorg, alsmede de continuïteit van de organisatie, in het geding komt.

 

Daarnaast is het vinden en behouden van specialistisch en technisch personeel een groot risico, terwijl deze mensen wel cruciaal zijn om de continuïteit van de te leveren zorg en rand-voorwaardelijke voorzieningen te waarborgen, o.a. het tijdig oplossen van storingen.

-  Betere sturing op cijfers capaciteitsorgaan en meer aandacht voor specifieke opleidingen.

- Focus op functies waarvoor externe (ZZP) inhuur plaatsvindt, zodat hiervoor een integrale aanpak voor wordt ingezet (werving als opleiding bijvoorbeeld).

- Structurele aandacht voor preventie en verzuim door periodieke gesprekken en tijdige interventies ter bevordering van duurzame inzetbaarheid.

- Er worden sinds medio 2024 structureel enquêtes uitgestuurd aan vertrekkende medewerkers en er is de mogelijkheid voor gesprek met leidinggevende en/of HR business partner. Zodoende kunnen vertrekredenen inzichtelijk worden gemaakt en dit maakt het mogelijk om hier op te anticiperen.

- Er is structureel overleg tussen opleiding/HR-businesspartners en leidinggevenden om gezamenlijk de toekomstige capaciteits- en ontwikkelbehoeften van de organisatie in kaart te brengen, prioriteiten te stellen en tijdig passende opleidings- en ontwikkeltrajecten te implementeren.

- Recruitment is opgezet, gerichte arbeidsmarktbenadering met vernieuwd recruitmentproces en “werken bij” website om instroom van talent te versterken.

 

Ja

3

Personeel – Vitaliteit medewerkers

Het risico bestaat dat er sprake is van een gebrek aan vitaliteit onder medewerkers, gekenmerkt door hoge werkdruk, vermoeidheid en een stijgend ziekteverzuim, waardoor de kwaliteit van de zorg in het geding kan komen, er minder focus is op de registratie in het EPD en de werknemerstevredenheid vermindert. Dit kan leiden tot  een mogelijk tekort aan personeel (hoog verloop), waardoor de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt.

- Er is een uitgebereid programma "Sturen op verzuim" opgezet vanaf 2021 (vervolg uit MDIEU traject rondom verzuim en preventie). Dit programma wordt ondersteund door verzuimconsulenten. Er is een providerboog (met interventie) opgezet ten behoeve van preventie van verzuim.

- Betrekken van medewerkers bij ontwikkelingen en bij totstandkoming van beleid (inclusief Talentmanagement).

- Betrokkenheid medewerkers versterken door communicatie zowel tussen leidinggevende en medewerker(s) als vanuit de organisatie naar medewerkers (en medewerkers naar organisatie (MO))

Ja

4

Toekomstbestendige zorg - Passende en Digitale zorg – Toegankelijk en betaalbaar houden zorg naar de toekomst (IZA)

Het risico bestaat dat het SJD onvoldoende passende en digitale zorg biedt, waardoor de zorg niet meer toegankelijk en betaalbaar blijft (en het SJD dus niet voldoet aan het Integraal Zorgakkoord).

- De plannen uit het transformatieplan worden herijkt (transformatiegelden zijn uitgeput). De herijking is zowel inhoudelijk en qua tijdsplanning zodat we hier (met evt. alternatieve financieringsvormen) toch kunnen werken aan het realiseren van onze (strategische) ambities/toekomstbestendige zorg.

- Om dit ook daadwerkelijk te realiseren is een communicatie/adoptieplan opgesteld, en zal de komende maanden ervoor zorgen dat we iedereen zo goed mogelijk faciliteren de transformatie ook daadwerkelijk in te zetten. Ook dit traject zal in voortgang houden, hetzij in een iets aangepaste vorm i.v.m. het wegvallen van gelden/begeleiding in dit kader.

- ZE&GG: jaarlijks dienen wij een plan in bij de ZV, deze is weer goedgekeurd. Daarnaast moeten we >85% van de nieuwe onderwerpen binnen twee jaar implementeren. Ook hier voldoen we weer aan in 2025.

Ja

5

IT Infrastructuur & Onderhoud – Cybersecurity

Het risico bestaat dat hackers proberen door te dringen in de systemen en applicaties van het SJD, waardoor privégegevens ontvreemd kunnen worden en/of onrechtmatige handelingen in de applicaties kunnen plaatsvinden met als uiteindelijk gevolg dat systemen niet meer (adequaat) werken.

 

 

- De rol van ISO (Informatiebeveiligingsfunctionaris) is ingericht, zodat de beleidsmatige aansturing op zowel tactisch als strategisch niveau structureel geborgd is.

- We maken gebruik van SOC-SIEM dienst en Zero Trust as a Service vanuit onze firewalls en het netwerk (detectie en response).

- Patch- en updatebeleid is geactualiseerd en hierop wordt maandelijks gemonitord.

- Back up en Recovery: er worden periodiek back-ups gemaakt, veilig opgeslagen en getest op herstelbaarheid.

- Geofencing beleid: toegang tot systemen en data wordt beperkt op basis van vooraf gedefinieerde geografische zones.

- Er zijn interne calamiteitsplannen opgesteld (integraal crisisplan:

daarbinnen vallen de calamiteitsplannen van de afdelingen, waaronder ICT).  Daarnaast wordt een incident response team opgezet voor specifieke ICT aanvallen.

- Het bewustzijn van medewerkers wordt verhoogd door bijvoorbeeld het periodiek versturen van gesimuleerde phishing-e-mails.

Ja

 

Zoals hierboven genoemd maken risico’s op het gebied van IT/automatisering onderdeel uit van de strategische en tactische risicoanalyse. Er zijn risico’s geïdentificeerd ten aanzien van cybersecurity en de IT-infrastructuur, waar adequate beheersmaatregelen zijn getroffen, om de risico’s tot een aanvaardbaar laag niveau te mitigeren. Ontwikkelingen vanuit wet- en regelgeving worden nauw gevolgd, om hieruit voortvloeiende risico’s tijdig te mitigeren. Een recente ontwikkeling betreft onder andere de NIS2-richtlijn en de AI-act, waarbij St Jansdal aansluiting zoekt met de NEN 7510 normen en waar nodig aanvullende beheersmaatregelen worden getroffen.


Daarnaast heeft het St Jansdal een frauderisicoanalyse. Hierbij zijn de beheersmaatregelen afgezet tegen de bruto frauderisico’s, wat vervolgens geresulteerd heeft in netto frauderisico’s. Op basis van de definitieve classificatie is vastgesteld of de frauderisico’s voldoende worden beheerst. In de frauderisicoanalyse komt eveneens het thema corruptie aan bod.

 

Overig thema Onze financiën